De maakindustrie staat aan de vooravond van een belangrijke ontwikkeling: Digital Twinning, een verzamelnaam voor allerlei toepassingen waarin fysieke objecten worden gekoppeld aan digitale modellen. Op die manier krijgt een fysiek product of proces een ‘digitale dubbelganger’.

Grote multinationals maken al langer gebruik van Digital Twinning. Doordat software steeds gebruiksvriendelijker wordt en sensoren en rekenkracht steeds goedkoper, komt Digital Twinning nu ook voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) binnen handbereik. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Voor de Nederlandse industrie biedt Digital Twinning een kans de productiviteit te verhogen, sneller nieuwe producten te maken en nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. Het aantal fouten kan omlaag, de productiecapaciteit kan beter worden benut, de arbeidsproductiviteit kan omhoog, de ‘time-to-market’ wordt korter en producenten kunnen op basis van data betere service bieden aan hun klanten. De technologie is bovendien duurzaam, omdat minder materiaal wordt verspild.

Bij veel ondernemers in de maakindustrie is daarvoor wel een mentaliteitsverandering nodig. Veel directeur-grootaandeelhouders van de babyboomgeneratie hebben beperkte kennis van software en willen er daarom nog niet aan. Digital Twinning geeft bovendien een risico, want de toepassing ervan is complex en vergt investeringen in kennis en software.

Digital Twinning is echter wel nodig om op termijn concurrerend te blijven. Voor veel ondernemers in de industrie wordt Digital Twinning zelfs een noodzaak: grote opdrachtgevers zullen van hun leveranciers verwachten dat ze dit toepassen.

Lees hier het rapport van ABN AMBO over Digital Twinning