10 vragen die u nog niet wist over het Fieldlab RoboHouse

Hoe kom je als fieldlab tot een succesvol skills-programma? De komende maanden maken we een rondgang langs de koplopers binnen Nederland. In januari 2018 opende RoboHouse Delft haar deuren, een operationele test-faciliteit binnen de Delftse RoboValley. In gesprek met Jaimy Siebel, manager van RoboHouse in Delft.

1. Wat is de gedachte achter RoboHouse?

“Vanuit de TU Delft en de hele RoboValley zijn we veelvuldig in contact met bedrijven rondom robotica. Daaruit bleek een behoefte aan een operationele test-omgeving waar men samen nieuwe robotica applicaties kan ontwikkelen, dat werd RoboHouse. Daarin werken bedrijven, kennisinstellingen en leveranciers van robots en toebehoren samen aan innovatieve projecten. Dat doen we via verschillende programmalijnen, namelijk robotica applicatie opdrachten, een cursusprogramma voor robotmakers, een design traject voor “toepassers” van robotica en een gedeelde test faciliteit voor industriële robotica toepassingen.”

2. Waarom is het voor een bedrijf interessant om mee te werken aan robotica applicatie opdrachten?

“Veel bedrijven zien een toekomst met een ‘meer-geautomatiseerde’ automatisering in hun werkprocessen. Deze bedrijven zijn allemaal bezig met het werven van (robotica-)competenties. Wij ondersteunen hen, door het maken van een ‘proof of principal’. Binnen deze projecten wordt in een multidisciplinair team aan de robot toepassing gewerkt, waarbij alle teamleden leren. Met de studentopdrachten gaat bijvoorbeeld een groep van 4 tot 6 studenten aan de slag met een opdracht uit het bedrijfsleven. Studenten analyseren de vraag en spiegelen deze bij de bedrijven om met elkaar gaandeweg tot de achterliggende vraag te komen. Uiteindelijke realiseert het team een fysieke ‘proof of concept’. Dit laatste is heel belangrijk bij robotica. De theorie is vaak mooier dan de praktijk. Vaak blijkt in de praktijk pas wat wel en niet mogelijk is. We faciliteren deze samenwerking in 3 varianten:

  • Studieopdrachten, met inzet van studenten (voor studiepunten)
  • Ingenieursprojecten, met inzet van een combinatie van experts, zoals: TNO, talenten en/of RoboHouse medewerkers
  • Of een onderzoekstraject (meerjarig TU Delft onderzoek)

3. Welke activiteiten doen jullie in het leercentrum?

“Hierin geven we een aantal cursussen. Het meest bekend zijn we met onze ROS-cursus. ROS (Robot Operating System) is een generieke robot-besturingstaal (middleware), die goed aansluit op bestaande platforms. In deze cursus leer je de basis van het robot-programmeren. Dit stelt de deelnemers in staat om (zonder vendor-locking) robot-applicaties te schrijven. Daarnaast hebben we de cursus Robot Operation opgezet. We liepen tegen het feit aan dat er vaak praktische vragen spelen omtrent het implementeren van een robot. In deze cursus robot leer je een robotica applicatie daadwerkelijk gereed te maken voor inzet in productie. Deze cursus gaat in op alle praktische randvoorwaarden. Hoe stel je je robotstation op, hoe integreer je bijvoorbeeld een conveyor belt, en hoe integreer je veiligheid.

We hebben verschillende bedrijven gevraagd welke kennis behoefte zij hebben, waarna we de cursus Vision Technology hebben opgezet. Deze cursus gaat in op de integratie van vision technology in een robot applicatie: Hoe ga ik om met beeldinformatie en hoe kom ik aan data, en hoe zorg ik ervoor dat ik iets kan met deze data?

Daarnaast bieden we ook partners de ruimte om specifieke cursussen te geven. Dit doen we bijvoorbeeld samen met toeleveranciers die hierbij onze faciliteiten gebruiken. Dit kan product specifiek zijn, of juist thematisch zoals bijvoorbeeld omtrent veiligheid.”

‘Snel inzicht geven in mogelijkheden én onmogelijkheden van robotica’

4. Dat klinkt allemaal heel technisch en inhoudelijk, op welke wijze ondersteunen jullie bijvoorbeeld het management van een bedrijf?

“We krijgen best vaak vragen van bedrijven die wel al een idee hebben van hun problemen. Dit idee komt dan voort uit actuele situaties, bijvoorbeeld een tekort aan personeel. Het is heel begrijpelijk dat hierbij gedacht wordt aan de inzet van een robots als oplossing voor het probleem. Echter het inzetten van geavanceerde automatisering vraagt om een strategische en structurele benadering. Hiervoor hebben we de zogenoemde Discovery Track ontwikkeld. Deze track hebben we o.a. via de Rabobank Robo Challenge uitgewerkt tot een gestructureerde methode waarbij het management inzicht krijgt in mogelijkheden én onmogelijkheden van robotica. We kijken dan eerst naar alle repeterende processen in het bedrijf en stemmen af, welke processen geprioriteerd moeten worden. Dit levert de input om bepaalde processen in meer detail te bespreken op het RoboHouse canvas. Hiermee kunnen bedrijven heel snel en to the point, in overleg met een expert, inzicht krijgen of en hoe een proces geautomatiseerd kan worden. Een bedrijf heeft hiermee in één middag inzicht in de technische haalbaarheid van hun vraagstuk.”

5. En leidt dit dan weer tot nieuwe projecten?

“De uitkomsten van een discovery workshop verwijzen we zoveel mogelijk door naar bestaande marktpartijen. Als een nieuwe functionaliteit vereist is, kunnen we het oppakken als innovatie traject. We kunnen dit afhankelijk van de behoefte oppakken als een robotica applicatie opdracht in ons testcentrum.”

6. Maken deze skills-programma’s onderdeel uit van de businesscase van Robohouse?

“Ja absoluut. Het RoboHouse blijft operationeel door alle activiteiten die we aanbieden, alleen is dit nog niet kostendekkend. We leveren een belangrijke bijdrage aan het ondernemersklimaat en aan de acceptatie van automatisering. We leren medewerkers de nieuwste skills en ondersteunen bedrijven bij het maken van investeringskeuzen. We leveren zo een belangrijke bijdrage waarvan je ziet dat ze dat in andere landen als volledige service aan bedrijfsleven aanbieden. Om Nederlandse bedrijven competitief te maken is automatisering essentieel, daarvoor heb je onpartijdige locaties nodig die bedrijven daarin kunnen adviseren en ondersteunen. Als wij de kosten volledig met commerciële activiteiten moeten dekken, is de kans groot dat wij deze onafhankelijkheid verliezen. Om bedrijven goed te kunnen ondersteunen hebben we state-of-the-art faciliteiten nodig en een vaste personeelskern die de kennis kan delen en projecten goed kan begeleiden.

7. Hoe zorgen jullie ervoor dat je vindbaar bent?

“De meeste bedrijven vinden ons tijdens de evenementen die we organiseren. We worden steeds vaker gezien als vraagbaak voor industriële automatisering. Wat goed helpt is dat we onderdeel zijn van de RoboValley in Delft. Daarnaast organiseren we diverse events veelal met branches en ondernemersverenigingen of individuele bedrijven, die zich willen bekwamen op robotica. Tijdens deze events inspireren we bedrijven en tonen we zowel de kansen als de beperkingen van robotica. We geven bedrijven een helder kader, waarbinnen technologie toegepast kan worden. Voor iedereen die graag eens wil komen: elke maand is er een Robo-Cafe, wat meteen ook een hele open netwerkbijeenkomst is.”

8. Welke tips heb je voor andere fieldlabs die ook skillsprogramma’s (willen) ontwikkelen?

“Luister goed naar je doelgroep, oftewel je klanten. Ontwikkel schaalbare programma’s die je vervolgens breed kunt aanbieden. Koester je samenwerking en koppel verschillende partijen aan elkaar, dit is een belangrijk onderdeel van je bestaansrecht. Voer regie op innovatie en verzorg de faciliteiten waarmee je partners dit kunnen realiseren.”

9. Waar hebben jullie zelf nog behoefte aan?

“Aan meer mensen met technisch inhoudelijke kennis. Zij zijn noodzakelijk om bedrijven goed en snel te ondersteunen. Het is lastig om deze mensen te vinden en te behouden. We zijn erg gelukkig met onze apparatuur en faciliteiten, deze hebben we veelal in bruikleen gekregen, dankzij onze partners. Eigenlijk zouden we onze klanten beter kunnen bedienen als we permanent deze apparatuur tot onze beschikking hadden. Dit vraagt om een structureel budget waarop afgeschreven kan worden.”

10. Hoe zien jullie de toekomstige ontwikkelingen?

“We zitten nu in periode waarin veel gedigitaliseerd wordt (smart-industrie). Dat merk ik ook aan de vragen die wij krijgen. De fieldlabs zijn daarin een goede ontwikkeling, maar om bij te blijven, moeten we nu ook wel doorpakken. Daarvoor zijn subsidies echt noodzakelijk! In Duitsland worden ondernemers in zogenoemde competence centre’s kosteloos ondersteunt om nieuwe ideeën te testen! De Duitsers tolereren geen vertragingen in het realiseren van hun economie. De Duitse staat betaald hier aan mee. Ik ben ervan overtuigd dat we de fieldlabs structureel onderdeel moeten maken van onze kenniseconomie, alleen zo kun je de internationaal competitief blijven.”


Auteur: Marcel van Wijk